Tussen gelijken

J.P.E. Willems

30 June 2026


Tussen Gelijken

(liedtekst – melancholisch en filosofisch)

Couplet 1

Er was een tijd dat elke stap
een nieuwe einder openbrak,
alsof de wereld groter werd
telkens wanneer ik verder zag.

Ik droeg een vuur dat niet verdween,
een honger die mij dragen kon,
maar langzaam werd de ruimte klein,
alsof de weg zichzelf verzon.

Niet omdat ik minder wilde,
niet omdat de droom vervloog,
maar omdat de muren groeiden
terwijl ik naar de hemel vloog.

Refrein

Want wie ziet nog een ster
tussen een zee van licht?
Wie hoort nog één stem
in een koor van evenwicht?

Wie kent nog de danser
tussen dansers van hetzelfde bloed?
Wie noemt nog iets bijzonder
wanneer iedereen het even goed doet?

En ik zoek, en ik zoek,
naar een plaats waar ik besta,
maar hoe dichter ik bij meesters kom,
hoe meer ik zelf vervaag.

Couplet 2

De schilder hangt tussen schilderijen,
de muzikant tussen muziek,
de woorden worden zachter
in een wereld die alles al ziet.

Misschien is erkenning niets
dan een schaduw van verlangen,
een spiegel die ons lokt
en tegelijk blijft vervangen.

Want hoe hoger je klimt,
hoe kleiner je verschil,
tot je plots begrijpt
dat de top ook zwijgen wil.

Refrein

Bridge

Misschien ben ik niet kleiner geworden,
misschien werd mijn wereld te klein.

Misschien zijn er nog onbekende kusten,
nog namenloze velden van zijn.

Misschien moet ik verdwijnen
uit de kring die mij definieert,
om ergens opnieuw een vreemde te zijn,
voor ik weer word gewaardeerd.

Laatste refrein

Dus ik laat de oude kaarten los,
de paden die ik ken,
want wat sterft is niet mijn verlangen,
maar de plaats waar ik nu ben.

En als niemand mij nog zoekt
in de wereld die ik verlaat,
dan volg ik de stilte verder
tot een nieuwe horizon ontstaat.

Want soms is de enige groei
niet hoger, niet meer, niet groot,

maar de moed om weg te gaan
voor je langzaam verdroogt.

Terug